Zaken om rekening mee te houden

Wilt u de Autoimportgids als PDF in uw mailbox? Klik hier.

Modellen en accessoires

Indien u auto’s uit verschillende landen met elkaar vergelijkt dient u goed op te letten wat de bijgeleverde accessoirepakketten inhouden. Zo hanteren Nederlandse importeurs pakketten omdat ook over losse accessoires die in de fabriek gemonteerd zijn BPM wordt geheven. Fabrikanten bieden dan combinaties van accessoires aan om een lagere prijs te kunnen hanteren. De nieuwwaarde van fabrieksgemonteerde accessoires wordt meegenomen in de vaststelling van het te betalen BPM-bedrag. Het is te overwegen om bepaalde (later ingebouwde) accessoires tijdelijk te verwijderen om discussies te voorkomen.

Nederlands kenteken

Tot 1 juni 2004 hadden de delen van het kentekenbewijs de volgende namen:

  • Deel I, het deel met de voertuiggegevens,
  • Deel II, het deel met de tenaamstellingsgegevens, en
  • Overschrijvingsbewijs/Kopie Deel III, het deel dat nodig is bij overschrijving van het kentekenbewijs en dat u thuis moet bewaren.

Het nieuwe bewijs bestaat per 1 juni 2004 formeel nog maar uit de volgende twee delen:

  • Deel IA – Voertuigbewijs,
  • Deel IB – Tenaamstellingsbewijs,
  • Deel II – Overschrijvingsbewijs.

Het nieuwe kentekenbewijs Deel I bestaat dus fysiek uit meerdere pagina’s, maar deze vormen formeel uitsluitend tezamen het nieuwe volledige deel I. Dit moet u bij u hebben als u met het voertuig gebruik maakt van de openbare weg.

Transport

Naast het genoemde eendagskenteken dat u kunt aanvragen voor de dag dat u naar de kentekenkeuring rijdt, dient u nog op een wettelijk toegestane manier de auto vanuit het buitenland naar Nederland te krijgen. Dit kan rijdend met een exportkenteken of . U kunt ook kiezen om de auto per auto-ambulance te vervoeren. U kunt er ook de voorkeur aan geven om de auto door een transportbedrijf te laten ophalen.

Exportkenteken

Indien u de auto niet met een autotransporter ophaalt, beding dan dat de verkoper een exportkenteken voor u regelt. De verkoper spreekt de taal en heeft mogelijk ervaring om dit snel voor u te regelen. U kunt in veel landen een exportkenteken aanvragen indien u de auto rijdend naar Nederland wilt brengen. Een exportkenteken is geldig in heel Europa. De verschillende EU-landen gaan verschillend om met (het verkrijgen van) het exportkenteken.

Officieel mag een Nederlander in Nederland niet een buitenlands gekentekend voertuig besturen. De douane kan een naheffing van de BPM opleggen. U was echter toch al voornemens om aangifte van BPM te doen. De douane kan u aanhouden terwijl u met een exportkenteken rijdt. Als u nog niet eerder daarvoor gecontroleerd bent, dan ontvangt u van de douane een informatieformulier buitenlandse kentekens. Met het informatieformulier krijgt u de gelegenheid de zaak te herstellen. U heeft drie mogelijkheden:

  • het motorrijtuig alsnog in Nederland registreren en BPM betalen,
  • binnen de gestelde termijn een vrijstellingsvergunning aanvragen,
  • het motorrijtuig buiten Nederland brengen.

Bent u al eerder aangehouden om dezelfde reden, dan is men strenger.

Transitokenteken

Op 1 juli 2007 introduceerde de RDW het transitokenteken. Met dit tijdelijke kenteken mogen voertuigen zonder (Nederlands) kenteken toch van de weg gebruik maken, zowel in Europa als wereldwijd. Het transitokentekenbewijs is niet alleen geldig in Nederland, maar wereldwijd. Met één Nederlands transitokentekenbewijs kan dus de doorvoer door heel Europa en ook daarbuiten geregeld worden. Het transitokentekenbewijs kent een vormgeving die afwijkt van de reguliere Nederlandse kentekenbewijzen. Het document, dat 14 dagen geldig is, is uitgerust met veiligheidskenmerken die ervoor zorgen dat het document moeilijk na te maken is.

De aanvraag van een transitokenteken moet gebeuren bij een RDW-keuringsstation. De RDW moet namelijk de identiteit van het voertuig onderzoeken. De kosten van het onderzoek en het transitokentekenbewijs bedragen € 62,00. Van de voertuigen die de APK-plichtige leeftijd hebben bereikt en geen APK-certificaat uit een EU-land kunnen overleggen, controleert de RDW ook de technische staat. De kosten hiervan bedragen € 37,50 voor lichte voertuigen en € 60,00 voor zware bedrijfswagens en aanhangwagens.

Voor het transitokenteken wordt dezelfde kentekenplaat gebruikt als voor het exportkenteken.  Vaak zijn dit voertuigen die afkomstig zijn uit het buitenland en via Nederland naar een ander buitenland worden gereden. Ook nieuwe voertuigen komen voor een transitokenteken in aanmerking. Voor de uitvoer van voertuigen met een Nederlands kenteken over de weg naar het buitenland, blijft het bestaande exportkenteken met -bewijs het geschikte middel.

Eendagskenteken

Zie hiervoor “bij de RDW”.

Auto-ambulance

Indien u kunt beschikken over een auto die een behoorlijke last mag trekken, dan kunt u overwegen om de in het buitenland gekochte auto met een aanhangwagen of auto-ambulance op te halen. Auto-ambulances zijn op veel plaatsen te huur. De huurprijs is vanaf € 35,00 per dag.

Transportbedrijf

U kunt ook kiezen om de auto door een transportbedrijf te laten ophalen. Vaak zijn de kosten aanzienlijk. Indien u een rit kunt regelen waarbij de vrachtwagen anders leeg zou rijden, dan zijn de kosten wellicht wat lager.

Chassisnummer

Een frame- of chassisnummer of voertuigidentificatienummer (VIN) is een identificatienummer die alle toegelaten wegvoertuigen moeten hebben. Een nummer kan ingeslagen zijn of op een op het frame/chassis gemonteerd plaatje zitten.

Het Nederlands kenteken is gekoppeld aan het VIN; men mag dan ook niet zomaar een ander frame (of chassis) monteren zonder de RDW op de hoogte te stellen.

Het VIN is een wettelijk voorschrift en wordt wereldwijd door fabrikanten van voertuigen als identificatie aangebracht. Het VIN bestaat altijd uit 17 leestekens. De groep van 17 leestekens wordt voorafgegaan en gesloten door een sluitteken. Het sluitteken kan bijvoorbeeld een ster of het logo van de fabrikant zijn. De samenstelling van het VIN is internationaal vastgelegd. Volgens deze norm zou het VIN moeten worden opgebouwd uit drie groepen leestekens, zoals onderstaand weergegeven.

  • WMI – World Manufacturer      Identification – 3 leestekens
  • VDS – Vehicle Description      Section – 6 leestekens
  • VIS – Vehicle Indicator      Section – 8 leestekens

De WMI-code is gekoppeld aan de naam van de fabrikant van het voertuig en is internationaal opgelegd. Het nauwkeurig gebruik van de WMI-code wordt streng bewaakt.

Alle Latijnse hoofdletters mogen in het VIN worden gebruikt, met uitzondering van de letters I, O en Q, om verwarring te voorkomen met de cijfers 1 en0. Inhet VIN kan door de fabrikant informatie opgeborgen zijn over de opbouw en de leeftijd van het voertuig. Het leesteken op de negende positie kan een controlecijfer of -letter zijn en de tiende positie kan het bouwjaar weergeven.

In de praktijk wordt voor de Europese automarkt soms van deze ISO-norm afgeweken. De in de VS en voor de VS-markt geproduceerde voertuigen volgen nauwkeurig de norm. De VS gebruiken het VIN sinds 1950 en Europa is in 1980 met het aanbrengen van het VIN begonnen. Het VIN wordt ter identificatie van het voertuig gebruikt door de diensten die belast zijn met het technisch keuren, het verzekeren en met het verstrekken van een ambtelijk kenteken voor het voertuig. De fabrikant gebruikt het VIN voor zijn productie, zijn garantieafwikkelingen en informatie over onderhoud.

VINs komen bijvoorbeeld voor in personenauto’s, vrachtwagens, trailers, opleggers, motorfietsen en motorscooters. Bij werktuigen, zoals graafmachines, dumpers en dozers wordt dit het PIN genoemd, wat staat voor Product Identificatie Nummer.

Verzekering

U bent verplicht om uw voertuig minimaal WA te verzekeren. Verschillende verzekeraars zijn bereid om het voertuig voorlopig te verzekeren op basis van het Chassisnummer (VIN).

Het voertuig is overigens vaak WA-verzekerd met een exportkenteken. Aanvullende verzekeringen zult u dan nog zelf moeten regelen.

Buitenlandse valuta

Sinds de invoering van de Euro, hoeft u alleen bij bepaalde EU landen rekening te houden met buitenlandse valuta. Vaak is de aankoop van andere valuta het goedkoopst in het land zelf. Landen waar de Euro geen betaalmiddel is: Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Polen, Zweden, Estland, Litouwen, Letland,  Bulgarije, Hongarije, Roemenie, Slowakije en Tsjechië.

Oldtimers

Voor het invoeren van een historisch voertuig maakt de RDW een uitzondering op de Europese richtlijnen. In die richtlijnen staat dat u voor een buitenlands voertuig, dat al eerder in het buitenland was geregistreerd en waarvoor u in Nederland een kenteken aanvraagt, het originele buitenlandse voertuigdocument moet inleveren bij de RDW. Deze uitzondering voorkomt dat veel van deze voertuigen niet meer op de weg zouden kunnen. Immers de originele documenten van deze historische voertuigen zijn vaak niet meer aanwezig.

Veel historische voertuigen zijn jaren geleden geïmporteerd. De restauratie van dat soort voertuigen duurt meerdere jaren. Eigenaren denken vaak dat het voertuig gewoon een Nederlands kenteken kan krijgen, omdat op het moment van invoer immers nog niet bekend was dat de originele documenten bij het voertuig aanwezig moesten zijn. Het alsnog achterhalen van de originele voertuigdocumenten is dan een probleem.

Soms is de voertuigidentiteit beter vast te stellen als het voertuig nog niet is gerestaureerd. De eigenaar kan dan een zogenaamd vooronderzoek laten uitvoeren door de RDW, dat kan problemen achteraf voorkomen.

Om toch een kenteken voor het voertuig te kunnen krijgen, moet u aantonen dat het ingeslagen Voertuig Identificatie Nummer (VIN) bij het betreffende voertuig hoort.

Hulpmiddelen bij de identificatie kunnen zijn:

  • het originele typeplaatje,
  • een verklaring van de voertuigfabrikant,
  • een invoerdocument,
  • een naslagwerk over het betreffende voertuig,
  • een oorspronkelijke aankoopnota,
  • een origineel defensiekenteken als het om een voormalig legervoertuig gaat.

U moet ook de herkomst van een voertuig aantonen. Dat kan met een originele aankoopnota of een gelijkwaardig document.

Deze regeling geldt uitsluitend voor een historisch voertuig in (nagenoeg) de originele uitvoering en dus niet voor een gemodificeerd voertuig of een voertuig dat is opgebouwd uit oude onderdelen (kitcars). Daarnaast geldt natuurlijk dat het voertuig technisch in orde moet zijn.

Individuele toelatingskeuring

Als u een voertuig invoert dat niet is gebouwd volgens een Nederlandse of Europese typegoedkeuring en dat niet eerder is geregistreerd in een lidstaat van de Europese Unie (EU) of Europese Vrijhandels Associatie (EVA) en die niet als verhuisgoed wordt aangemerkt, dan kunt u daarmee bij de RDW terecht voor een individuele toelatingskeuring.

De individuele toelatingskeuring is bedoeld voor voertuigen die niet zijn gebouwd volgens een Nederlandse of Europese typegoedkeuring. Tijdens deze keuring onderzoekt de RDW of het voertuig voldoet aan de toelatingseisen. Deze eisen zijn zwaarder dan de APK-eisen.

De keuring geldt alleen voor personenauto’s, motorfietsen en bedrijfsauto’s tot 12.000 kg (N2 hydraulisch geremd). Als de auto direct aan de eisen voldoet en er geen aanvullende testen of herkeuringen noodzakelijk zijn, dan kost de keuring u, afhankelijk van het voeruigtype, ongeveer € 1.000,00.

De RDW keurt het voertuig aan de hand van de individuele toelatingseisen. Botsproeven worden uiteraard niet uitgevoerd. Een fabrieksmatig en in serie gebouwd voertuig kan in de regel voldoen aan deze individuele toelatingseisen. De toelatingskeuring neemt ongeveer een halve dag in beslag. Het voertuig wordt gekeurd aan de hand van de toelatings- en APK-eisen. Dit houdt onder andere in dat er gekeken wordt naar gordels, scherpe delen, afscherming, bescherming van inzittenden, sterkte en bevestiging van de zitplaatsen en bij nieuwere voertuigen de aanwezigheid van de vereiste hoofdsteunen. Ook wordt bijvoorbeeld gekeken of de constructie van de stuurkolom zodanig is, dat bij frontale aanrijdingen de achterwaartse verplaatsing van het stuurwiel wordt beperkt.

De eisen op het gebied van de luchtverontreiniging hangen af van de invoersituatie. Betreft het een particuliere, niet-bedrijfsmatige invoer dan wordt het voertuig op luchtverontreiniging gecontroleerd aan de hand van de APK-eisen. Betreft het een bedrijfsmatige invoer, dan moet worden aangetoond dat het voertuig voldoet aan de Europese emissie-eisen. In ieder geval is er sprake van bedrijfsmatige invoer als het voertuig bij de individuele toelating in de bedrijfsvoorraad wordt geplaatst. Oorspronkelijk Amerikaans gekentekende voertuigen voldoen doorgaans aan de Amerikaanse EPA- eisen, die vergelijkbaar zijn met de Europese emissie-eisen. Op het gebied van radio-ontstoring (elektromagnetische compatibiliteit) gelden de Europese richtlijnen. Originele fabrieksmatige voertuigen zullen daar doorgaans aan voldoen. Er kan om een EMC-testverklaring worden gevraagd wanneer voertuiguitvoering of -componenten hier aanleiding toe geven. Er worden rij- en remproeven uitgevoerd en de geluidsproductie wordt gemeten.